4 april 2016

GPS-tool / Flanders DC


De GPS-tool van Flanders DC is een methode om verschillende stakeholders aan dezelfde tafel te zetten met het doel om ideeën te genereren op een bepaalde uitdaging. Het is een proces dat bestaat uit 5 fases. In de eerste fase worden er ideeën gegenereerd, in de tweede fase worden deze in groep beoordeeld om dan vervolgens individueel beoordeeld te worden. De beste drie ideeën worden vervolgens uitgewerkt en uiteindelijk gepresenteerd of verwerkt in een verslag.

Het gebruik van de GPS-tool gebeurt aan een tafel met een zo breed mogelijk gemixt team. Op de site van Flanders DC spreekt men van een verhouding 1/3 interne en 2/3 externe medewerkers.  Bij de drie verschillende Bridee-events waaraan ik geparticipeerd heb, was dit nooit het geval. Telkens waren een 40-tal personen aanwezig, waarvan telkens maar één tot maximaal zeven personen geen productontwikkeling studeerden.  De tafel zat dus vol met studenten productontwikkeling uit de derde bachelor en eerste master. De ideeën hadden dus minder verschillende invalshoeken door deze homogeniteit.



Zoals eerder gezegd wordt er in de eerste fase gebrainstormd.  Aan de tafel worden de mensen in groepjes van twee of drie personen verdeeld, uiteraard zijn deze groepen gemixt qua achtergrond. Op de tafel ligt een schijf. De schijf is onderverdeeld in 6 sectoren. Aan de 6 sectoren zijn 5 trends en één wildcard gekoppeld die de deelnemers moeten inspireren om oplossingen te bedenken op de kritische vraag. De trends zijn bijvoorbeeld ‘learning from nature’, ‘systemic mobility’, ‘megapolis society’, ‘expansion of tradition’, ‘the metaverse’, ‘the age of image’, ‘the big buzz’, etc. Op de wildcard sector mogen alle zotte ideeën worden geplakt, alle ideeën die nergens anders kunnen worden ondergebracht. Per groepje behandel je één trend tegelijk. Na een bepaalde tijd schuif je de schijf door en wordt je geïnspireerd door de volgende trend. Bij elke nieuwe trend, begint je groepje met het lezen van de ideeën die al zijn opgeplakt. Ideeën die samen horen, kunnen bijeen worden geplakt. Op eerdere ideeën kan worden verder gebouwd. Zo herhaalt het hele proces zich tot je uitkomt aan de sector met de trend waar je begonnen bent.


Nadat de tijd op is en alle ideeën zijn neergeschreven, beoordeel je de ideeën in hetzelfde groepje waarmee je daarvoor hebt samengewerkt. Het is de bedoeling dat je samen overlegt en discussieert. Rond de tafel lopen en vragen stellen aan leden van andere groepjes maken een belangrijk deel uit van deze tool. Het quoteren van goede ideeën gebeurt met behulp van gekleurde stickers. Elk team krijgt een tiental stickers en het is de bedoeling dat ze deze op de post-its kleven. Hoe meer gekleurde bollen een post-it telt, hoe beter het idee. Als iedereen heeft gestemd worden de tien ideeën met de meeste stickers op een apart bord gehangen. Vervolgens krijgt iedereen zelf drie stickers om van die tien ideeën een selectie te maken van de top tien ideeën.



De ideeën die zijn geselecteerd worden verder uitwerkt op een projectfiche. Daarop wordt het idee kort gedefinieerd, worden de voordelen opgesomd, de nadelen en belemmeringen en de oplossingen die hiervoor kunnen worden bedacht. Uiteindelijk hebben we dan onze ideeën gepresenteerd aan de andere tafels gepresenteerd.


In praktijk ging het als volgt: na de lezing te hebben gevolgd en de gratis pizza en het gratis pintje te hebben geconsumeerd, schoven we onze stoel richting de tafel en begonnen we te brainstormen, zoals de tool het voorschrijft. De uitdagingen waren de volgende: “Hoe kunnen we mensen in ontwikkelingslanden empoweren?”, “Wat zijn de nieuwe functies van het Flandria-schip van de toekomst?” en “Hoe beleven we sport en ontspanning in de Smart City of Antwerp 2025?” Deze vage centrale vragen in combinatie met de eerder benoemde trends op een late dinsdagavond zorgde zoals te verwachten voor de meest vage ideeën. Hoewel we telkens oprecht voor de beste ideeën kozen, had ik telkens het gevoel als ik vooraan stond, dat het eindresultaat een idioot, absurd en onhaalbaar idee was. Ik was niet de enige met dat gevoel. Axel Enthoven, die als enige van de personen die een lezing gaf bij de brainstorm bleef, was zichtbaar teleurgesteld in het niveau van onze ideeën en nadat we onze ideeën hadden gepresenteerd had hij in tien punten uitgelegd waarom we er niet in geslaagd zijn de opdracht te vervullen. Het was wel te verwachten dat hij niet direct de meerwaarde onze 'top ideeën' (de alles-kan-alles-mag-boot en de temptation-island-boot die uit twee aparte delen zou bestaan) zou inzien.


Ondanks dat het eindresultaat niet altijd het verwachte niveau had, zie ik toch wel de meerwaarde van de tool in. Een gemeenschappelijk doel doet alle neuzen dezelfde kant op wijzen en ideeën kunnen worden opgebouwd door constructief overleg. De tool brengt de verschillende stakeholders tezamen aan een tafel en creëert een mogelijkheid om in groep nieuwe ideeën te ontwikkelen die voor elke fase en voor elke stakeholder een meerwaarde kunnen bieden.

Bronnen


Handleiding GPS by Fladers DC. (2016). 1st ed. [pdf] Leuven: Flanders District of Creativity vzw, pp.7,8,9,10,11,14,16,17,20,21,22. Beschikbaar op: http://www.flandersdc.be/sites/default/files/gps-nl.pdf [Geraadpleegd op 4 Apr. 2016].

Afbeelding


Flanders DC, (2016), Mogelijke opstelling [ONLINE].
Beschikbaar op:http://www.flandersdc.be/sites/default/files/gps-nl.pdf [Geraadpleegd op 4 april 2016]

Dries De Roeck / Innovatie en Interactie - Internet of Things


Dries De Roeck heeft een achtergrond in industrieel ontwerpen (productontwikkeling) en leidt alles wat te maken heeft met in-house onderzoek bij het creatieve bureau Studio Dott. Hij kwam dinsdag 15 maart spreken over innovatie en interactie.

Dries De Roeck begint z’n presentatie met de opmerking dat ‘the internet of things’ een leeg buzz-woord geworden is. Het is een woord geworden dat vandaag de dag haast alles kan betekenen.  Door de Big Data, die gekenmerkt wordt door z’n grote hoeveelheid, grote verscheidenheid en grote snelheid, hebben we nu een enorme hoeveelheid data waar we niet van meten wat er mee te doen. Een voorbeeld hiervan is  data.london.gov.uk, een website die alle data van Londen toont, maar er niet echt iets mee in de praktijk omzet. 



Volgens Dries De Roeck wordt er vandaag te veel gefocust op data en te weinig op de mensen. Het leven van mensen, zoals het echt is, zit vol wendingen en is niet altijd zo gesynchroniseerd zoals we willen of denken. We hebben nood aan goed functionerende digitale producten die ruimte laten voor de onvoorspelbaarheid van het alledaagse bestaan. Er moet meer worden gedacht in systemen, niet enkel in producten. Een app wordt te vaak bedacht als product en dan bekom je apps die je zeggen wanneer je je plant water moet geven omdat de makers denken aan ‘iets dat ons waarschuwt en ons een melding geeft’.

Om te illustreren wat hij bedoelde, haalde hij er PopBike bij - een app gemaakt ter gelegenheid van AppsForGhent. Het probleem in Gent is dat er daarheen de dag te weinig (stads)fietsen zijn voor toeristen die de stad willen ontdekken of pendelaars die hun werk met de fiets willen bereiken. Door het POP-device te integreren in de fiets willen ze een communicerend systeem creëren voor de stad Gent door gebruik te maken van sensor data en open data. Het POP-device is uitgerust met een  sensor die niet alleen de wegkwaliteit en de luchtkwaliteit meet, maar ook of je een ongeluk of aanrijding hebt gehad.  De app zou vertellen waar beschikbare fietsen zijn. Wanneer je een fiets gevonden hebt kan je via de app kiezen voor de gezondste route, de veiligste of de snelste, gebruik makend van de sensor data. De verzamelde data kan het device ook versturen naar de stad Gent, zodat zij weten welke fietspaden moeten hersteld worden of waar gevaarlijke plaatsen zijn en waar de meeste aanrijdingen gebeuren. Op die manier creëerden ze een volledig systeem met aandacht voor alle interacties en niet enkel een product dat op zichzelf staat tussen de elementen van dat systeem.







Afbeeldingen


London Assembly, (2016), London Datastore [ONLINE]. Beschikbaar op: http://data.london.gov.uk/[Geraadpleegd op 4 April 2016].
Studio Dott, (2014), PopBike - AppsforGhent [ONLINE]. Beschikbaar op: http://www.slideshare.net/concrete_creative/popbike-appsforghent [Geraadpleegd op 4 April 2016].

Donald Norman / The Design of Everyday Things



“Zou u niet graag een zakapparaatje hebben dat u aan elke afspraak en aan al uw dagelijkse bezigheden herinnert? Ik wel. Ik zie uit naar het moment dat de draagbare computers zo klein zijn dat ik er voortdurend een bij me kan hebben. Ik zal er absoluut zeker heel mijn geheugenlast in neerleggen. Het apparaat moet wel klein zijn en handig in het gebruik. En moet een relatief grote rekencapaciteit hebben, tenminste naar de huidige maatstaven gerekend. Het zal een volledig standaardtoetsenbord moeten hebben en een redelijk groot beeldscherm. Het zal goede grafische mogelijkheden moeten bezitten, omdat dat de bruikbaarheid enorm vergroot, en een flink geheugen – eigenlijk een kolossaal geheugen. En het zou gemakkelijk met de telefoon verbonden moeten kunnen worden; ik moet het kunnen aansluiten op mijn computers thuis en op mijn werk. Ten slotte zou het apparaat natuurlijk niet te duur mogen zijn.

Wat ik vraag, is beslist niet onredelijk. De technologie die ervoor nodig is, is nu al beschikbaar. Alleen deze combinatie van mogelijkheden is nooit tot stand gebracht, ten dele omdat de kosten op dit moment nog veel te hoog zouden uitkomen. Maar binnen vijf jaar zal zo’n apparaat ongetwijfeld in de een of andere onvolmaakte vorm bestaan en binnen tien jaar misschien zelfs in een volmaakte vorm.”


Door passages als deze wordt je terug gekatapulteerd in een tijd zonder smartphones, internet en zelfrijdende Tesla’s. Aan de hand van de keuze van de producten in de voorbeelden en illustraties merkt je al vrij snel dat je een boek aan het lezen bent dat geschreven is eind de jaren ’80, begin de jaren ‘90.  Ook de zwart-witfoto’s, bedragen in Nederlandse gulden en dat er ‘gekonkludeerd wordt over konkrete aspekten van produkten’ droegen ook niet bij om het boek modern te laten overkomen.  

Interacties met producten kunnen soms succesvol zijn,
ookal weet je niet zeker hoe het product er 100% uitziet.
Dit principe illustreert de auteur aan de hand van een kwartje. 

Toch blijft dit boek, ondanks alles, in zekere zin tijdloos, omdat de algemene principes ook vandaag nog altijd toepasbaar zijn, of beter gezegd; in vele gevallen hard nodig zijn. Doorheen het boek probeert Donald Norman uit te leggen waarom de interactie niet altijd succesvol gebeurt, waarom deze storing voorkomt, hoe ze de gebruiker beïnvloedt en hoe de problemen verholpen kunnen worden om tot een gebruiksvriendelijk product te komen. 

Zichtbaarheid en feedback vormen het mantra van het boek. Een goed ontwerp heeft zichtbare relaties: de relatie tussen de handeling en de knoppen en de relatie tussen de handeling en het effect zijn voor de gebruiker duidelijk. Daarnaast heeft een echt natuurlijke afbeelding geen behoefte aan schema’s, verbale aanduidingen of instructies. Ten slotte moet het product zinvolle relaties benadrukken en onzinvolle negeren.



Donald Norman bespreekt op een diepe manier de moeilijkheden van ontwerpen en de dilemma’s die bestaan zoals het vraagstuk over waar grens ligt tussen geen feedback en geluidsoverlast. Anderzijds is er ook een verschil tussen interpretatie en begrijpen. Ook de gevaren van standaardisatie en automatisatie openden mijn ogen.  Of de selectieve aandacht van de gebruiker wanneer hij of zij enkel gefocust is op het acute probleem en de rest vergeet waardoor de gebruiker het product verkeerd of zelfs gevaarlijk gaat gebruiken, denk hierbij aan het lospeuteren van een stuk toast in een broodrooster wanneer de gebruiker zo gefocust is op het ‘stoppen van de rook’. 


Fouten


Een groot deel van het boek besteedt Norman aan fouten.  Het probleem is dat ontwerpers de experts zijn in het apparaat en gebruikers experts zijn in de taak. Dit leidt tot een verschillend systeembeeld. Fouten kunnen dwalingen zijn of vergissingen. Dwalen komt voort uit bewuste overwegingen. Vergissen daarentegen, komt voort uit automatisch gedrag. Fouten mogen nooit weggeredeneerd worden. Het is gemakkelijker om vast te stellen wat vanzelfsprekend gebruik is nadat je het hebt zien gebeuren. Als ontwerpen moet je er vanuit gaan dat elke vergissing of fout die gemaakt kan worden, ook zal gemaakt worden. Ontwerpen moeten de moeite doen om fouten zo ‘goedkoop’ mogelijk te laten zijn. Zijn adagium over fouten luidt:

"Als een fout mogelijk is, zal hij ook gemaakt worden. De ontwerper moet ervan uitgaan dat alle potentiële fouten inderdaad zullen optreden, en zodanig ontwerpen dat ten eerste de kans op een fout minimaal is en dat ten tweede de gevolgen van de fout, als hij toch wordt gemaakt, minimaal zijn. Fouten moeten gemakkelijk te ontwerpen zijn, ze moeten minimale gevolgen hebben en zo mogelijk moeten deze gevolgen kunnen worden teruggedraaid."


Beperkingen en dwingend ontwerp


Ontwerpen is het herhaaldelijk aanbrengen van beperkingen tot er uiteindelijk een uniek product overschiet.’ 

Het is de taak van de ontwerpen om te zorgen dat de gebruiker tot de juiste mentale modellen komt. Met behulp van fysieke beperkingen, logica en semantische en culturele beperkingen kan de gebruiker richting het juiste gebruik worden gestuurd. Een ontwerp dat de gebruiker met behulp van beperkingen stuurt, is een dwingend ontwerp. Toch moeten de voordelen bij een dwingend ontwerp worden afgewogen tegenover de nadelen bij normaal gebruik. De hinderlijkswaarde moet tot het minimum beperkt worden.

Norman vertelt dat mensen wanneer ze in contact komen met een product waarvan ze niet onmiddellijk snappen hoe ze het moeten gebruiken, meer geneigd zijn om gefrustreerd te worden en zichzelf de schuld op te leggen dan de schuld bij  het ontwerp te leggen. Van mezelf vind ik dat het me nog te vaak overkomt. Zoals zo vele gebruikers, denk ik vaak dat het aan mij ligt. Pas door het lezen van het boek ben ik gaan beseffen dat ik er niet vaak genoeg aan denk dat de fout bij het ontwerp ligt, en niet bij de gebruiker met z’n goede bedoelingen.  Alles om ons heen is vormgegeven door iemand, en die persoon is niet per se slimmer dan mij. Dus waarom moeten wij voortleven met de ondoordachte ontwerpen van iemand anders. Een voorbeeld hiervan zijn lichtschakelaars. Vaak zijn ze op één rij geplaatst zodat je het licht dat je wilt laten branden enkel kunt aanschakelen door te gokken. In het boek stond een uitgewerkt voorbeeld waarbij de schakelaars een natuurlijke afbeeldingsrelatie hadden met de lichten. Het zijn voorbeelden als deze die m'n ogen openden. 

In een uitgewerkt voorbeeld over hoe het wel kon, waren de lichtschakelaars
 van een bepaalde ruimte congruent geplaatst met de lichten aan het plafond. 


Conclusie


Het boek wordt gezien als een essentieel les in de opleiding van een industrieel ontwerper en na het lezen ervan kan ik dit alleen maar beamen. Door het lezen van de boek besef ik hoe hard Achiel Standaert zich op het boek heeft gebaseerd bij het schrijven van de cursus usability. De vele verwijzingen tijdens de lessen waren dus wel op z'n plaats. Toch was het lezen van het boek een goede aanvulling door de aangename en ludieke manier waarop Donald Norman zijn verhaal doet en de voorbeelden waar hij dieper op in gaat. Een moderne versie van het boek zou absoluut een meerwaarde zijn want ook op de dag van vandaag kan er nog veel verbeterd worden op vlak van gebruiksvriendelijkheid; denk hierbij aan grafische interfaces en de verschillende soorten webdesign. 

Bronnen


Chelsea Thomas. 2013. Book Reviews for Houston Creatives, no. 3. [ONLINE] Beschikbaar via: https://houston.aiga.org/book-reviews-for-houston-creatives-no-3/. [Geraadpleegd op 11 april 2016].

Vox. (2016). It's not you. Bad doors are everywhere.. [Online Video]. 26 February 2016. Beschikbaar via :https://www.youtube.com/watch?v=yY96hTb8WgI. [Geraadpleegd op: 2 april 2016]

Afbeelding 


Johnny Holland, (2011), Don Norman [ONLINE]. Beschikbaar via: http://johnnyholland.org/wp-content/uploads/DonaldANorman.jpg [Geraadpleegd op 4 april 2016].


3 april 2016

Daan Roosegaarde


Daan Roosegaarde is een Nederlandse kunstenaar, innovator, designer. Hij kwam maandag 29 februari op de Phillipe De Woot awards zijn visie en manier van innoveren uiteenzetten. 

Beginnen deed Daan Rosengaarde met de opmerking dat de focus te vaak op één punt lag: de technologie, of het economische aspect en dat op die manier het geheel onthechte van de gebruiker en de omgeving. Om dit te illustreren toonde hij vervolgens een filmpje van mensen in Azië die voor de eerste keer een roltrap gebruikten. Het probleem was dat het een te grote stap was van die mensen en dat de mensen onthecht werden van hun omgeving. Je moeten vertrekken vanuit de situatie waarin mensen nu zijn.  Met dat voorbeeld in het achterhoofd, refereerde hij naar het principe van Raymond Loewy naar wat hij streeft in zijn werk.  MAYA: Most Advanced Yet Acceptable. Het gaat om het vinden van de juiste balans tussen poëzie en technologie. Hij probeerde zijn visie duidelijk over te brengen door tekst en uitleg te geven bij een aantal projecten.


Het eerste project was Lotus 7.0. De vraag kwam van de 17e eeuwse Sainte Marie Madeleine kerk in Lille om het bezoekers aantal te verhogen nadat ze was opgelapt. Kerken zijn op de dag van vandaag ‘disconected from reality’. Ze kosten bakken geld om ze te restoreren en conserveren, maar niemand bezoekt ze nog.
Rond die periode kwam Daan Roosengaarde in contact met een folie dat zich een andere vorm aannam als het in contact kwam met (lichaams)warmte. De studio ontwikkelde een lotusbloem waarin zich een lamp bevindt. Als je rond de lotus wandelt in de donkere kerk dan volgt de het licht waar je wandelt omdat de folies openen daar waar jij passeert. Het geheel creëert dus een interactief spel van licht en schaduw waarbij de installatie de kerk onthult als je er langs loopt.




De tweede case die hij besprak was de Smart Hightway. Als het innovativiteit in de mobliliteit gaat, bespreekt men vooral hoe de auto van de toekomst er zou gaan uitzien. Miljarden euro’s zijn er al in geïnvesteerd. Het wegennetwerk komt zelden ter sprake. Infrastructuur is iets wat zo goedmogelijk moet worden gedaan. Daan Roosegaarde bracht hierin verandering door waarde toe te voegen aan de weg, en niet te focussen op de kost. Hoe kunnen we wegen energie-neutraal maken, of veiliger, of intelligenter. Samen met wegenbouwer Heijmans werkten hij en zijn team een 20-tal ideeën uit over hoe de weg van de toekomst er zou kunnen uitzien. Eén van de ideeën was om een coating aan te brengen die zichzelf oplaad doorheen de dag en dan het opgeslagen licht uitzendt doorheen de nacht. Het was opvallend hoe de oude, vastgeroeste conservatieve industrie van wegenbouw openbloeit door ideeën als deze.

Een bepaald soort coating laadt zich gedurende de dag op
om dan 's nachts het licht terug uit te zenden. 

Verf die pas zichtbaar wordt bij bepaalde temperaturen
zou ons kunnen zeggen hoe veradelijk de baan erbij ligt.

De technologie herbruikte hij toen het Van Goghfoundation en de burgemeester van het geboorteplaats van Van Gogh vroegen hoe ze de kunstenaar op één of andere manier meer tot leven kunnen laten wekken. Elk jaar komen er honderden toeristen, maar in die gemeente zelf is er niets meer van hem te zien. Geïnspireerd op de sterrenwacht van Van Gogh legden ze een fietspad met die lichtgevende coating. Op die manier bracht hij de cultuur tot leven. Het bracht een massa in beweging en nooit was er zoveel media-aandacht geweest bij de aanleg van een fietspad.

Sterrennacht door Vincent Van Gogh

Het fietspad geïnspireerd op het werk van Van Gogh

Het is niet gemakkelijk om de juiste mensen overtuigd te krijgen, zegt Daan Roosengaarde. Volgens hem moet je 80% bullshit bedwingen om 20% schoonheid te krijgen. Mensen zeggen dat ze willen innoveren, maar als het puntje bij paaltje komt willen ze het op de oude manier doen. Voor elk nieuw idee kwamen mensen met 10.000 redenen af om het niet te doen. “Ja, maar…” was een respons dat hij te vaak tegenkwam. Zo vaak dat hij de ‘Ja, maar’-stoel ontwierp. Het is een stoel die bij het horen van de twee creativiteits-dodende woorden een korte, maar stevige elektrische stroom om de edele delen zet. “En het werkt”, voegde hij er met een knipoog aan toe.
De 'Ja, maar.'-stoel 


Je moet je als innoverend individu je constant afvragen waarom de wereld is, zoals ze is. Je mag niet alleen wachten op klanten of opdrachtgevers. Je moet zelf initiatief nemen. Het duurt een tijd vooraleer verandering wordt aanvaard. Het helpt als je botttom-up werkt. Door een plaats of moment te creëren waar mensen anders gaan waarnemen, voelen, zien, ruiken of over bepaalde zaken nadenken, kun je houdingen en gedrag gaan veranderen. De overheid moet niet langer zijn burgers overtuigen, maar de burger overtuigt de rest van z’n bevolking en z’n overheid.

De Smog Free Tower
Een voorbeeld hiervan was het Smog Free project. Op een dag keek hij in Peking vanuit z’n hotelkamer en kon door de smog amper een hand voor z’n zicht zien. De Chinese overheid weet dat en investeert miljarden dollars om het probleem te verhelpen.
Rotterdam kent het probleem ook, alleen in mindere mate. Daar ontwikkelden ze ’s werelds grootste stofzuiger. De lokale overheid van China stond eerst niet te springen om het ook in hun steden te plaatsen omdat volgens hen mensen dan weten dat we vervuild zijn. Daan Roosegaarde had als repliek dat de mensen sowieso al niet het idee hadden dat China de meest zuivere stad is.  
Wat ze overhielden was zwart poeder. We konden het niet zomaar weggooien, vertelde Daan Roosengaarde. In een circulaire economie bestaat er geen afval. Wat de ene overhoudt is grondstof of voedsel voor de ander. Na de analyse bleek dat het smog-poeder voor 42% uit koolstof bleek te bestaan. Hij had onthouden dat als je koolstofatomen onder een hoge druk houdt, je diamanten bekomt. Diamanten blijken te lastig zijn om te maken, maar ze zijn er wel in gelukt om de koolstof te doen kristaliseren. Wat uit de lucht wordt gefilterd wordt uiteindelijk gebruikt voor ringen en oorbellen. Eén ring staat voor 1000 m3 propere lucht. Op die manier gebeurde er iets interessant: het afval werd de ‘enabler’, de ‘empowerer’. De innovatie gebeurde niet alleen op technisch gebied, maar ook op sociaal vlak wanneer de mensen schone lucht in vorm van juwelen aan elkaar geven.

Het afval dat overblijft na het filteren van de lucht.

Het afval wordt onder hoge druk samengedrukt en verwerkt in juwelen. 
Het laatste project dat hij besprak was waterlicht. Nederland ligt voor het grootste gedeelte onder water, maar veel mensen zijn er zich niet bewust van. In Amsterdam projecteerden ze hoe hoog het water zou komen als de zee zich zo ver zou strekken. Mensen kwamen samen en deelden hun verhalen van toen het mis ging en de dam brak en hun ideeën over de toekomst.


Afsluiten deed hij met de drie frustrerende fases bij vernieuwende ideeën. In de eerste fase wanneer je je idee presenteert zijn er altijd mensen die er afstand van nemen: ‘je kan dit niet doen’ of ‘het is niet mogelijk’ zeggen ze dan.  Bij de tweede fase wanneer je het prototype toont of een andere manier waarop je hen laat zien dat het wel mogelijk is, zeggen ze ‘de wetgeving staat dit niet toe, het is niet legaal’. Maar de meest frustrerende fase is de laatste, wanneer alles technisch is uitgewerkt en iedereen zijn goedkeuring heeft gegeven. Dan komen mensen dolenthousiast naar je toe en zeggen: ‘Dat is een goed idee! Waarom heb  je dit niet eerder gemaakt?’.


Bronnen


Fillmpje


Best Supid Videos. (2013). People Using The Escalator For The First Time. [Online Video]. 2 November 2013. Available from: https://www.youtube.com/watch?v=8EcuTijAkCA. [Accessed: 15 April 2016].

Afbeeldingen


De afbeeldingen zijn geschikt in volgorde van voorkomen.

Studio Roosegaarde, (2012), Lotus [ONLINE]. Available at:https://www.studioroosegaarde.net/project/lotus/photo/#lotus-dome [Accessed 3 April 2016].

Studio Roosegaarde, (2012), LOTUS DOME Turns House Of God Into A "Techno-Church" [ONLINE]. Available at: https://www.youtube.com/watch?v=7T-z2ibOfjM [Accessed 3 April 2016]

Studio Roosegaarde, (2014), Glowing Lines [ONLINE]. Available at:https://www.studioroosegaarde.net/project/smart-highway/photo/#smart-highway [Accessed 3 April 2016].

Studio Roosegaarde, (2014), Dynamic Paint [ONLINE]. Available at:https://www.studioroosegaarde.net/project/smart-highway/photo/#smart-highway [Accessed 3 April 2016].

Daan Roosegaarde & Heijmans, (2013), Sterrennacht [ONLINE]. Available at:http://www.nrc.nl/nieuws/2013/10/24/fietsen-over-de-sterrennacht-van-gogh-en-roosegaarde-smelten-samen [Accessed 3 April 2016].

Studio Roosegaarde, (2014), Van Gogh path [ONLINE]. Available at:https://www.studioroosegaarde.net/project/smart-highway/photo/#van-gogh-path [Accessed 3 April 2016].

Studio Roosegaarde, (2013), Ja, maar-stoel [ONLINE]. Available at: http://www.cyrielkortleven.com/wp-content/uploads/2014/04/Screen-Shot-2014-04-08-at-20.36.57.png [Accessed 3 April 2016].

Studio Roosegaarde, (2015), Smog Free Tower [ONLINE]. Available at:https://www.studioroosegaarde.net/project/smog-free-project/photo/#smog-free-project [Accessed 3 April 2016]

Studio Roosegaarde, (2015), Smog Free Project [ONLINE]. Available at:https://static.nrc.nl/spoetnik/files/2015/09/SmogFree-ProjectRoosegaarde6.jpg [Accessed 3 April 2016].

Studio Roosegaarde, (2015), Smog Free Jewellery [ONLINE]. Available at:https://www.studioroosegaarde.net/project/smog-free-project/photo/#smog-free-project [Accessed 3 April 2016].

Informatie


Studio Roosegaarde. (2012). TEDx 2011 Daan Roosegaarde: Using technology for poetry. [Online Video]. 6 March 2012. Available from: https://www.youtube.com/watch?v=pl_GJHvKo8Y. [Accessed: 4 April 2016].

Studio Roosegaarde. 2016. Projects. [ONLINE] Available at:https://www.studioroosegaarde.net/projects/#windlicht. [Accessed 4 April 2016].

2 april 2016

Bezoek aan het FabLab+

Op 15 maart bezochten Louis Peys, Alexander Nieuwborg, Elie Ravels en ik het FabLab+ (Lange Klarenstraat 17, 2000 Antwerpen). We kwamen er niet naartoe met een specifiek doel, we wilden gewoon eens zien wat het was en wat we er zouden kunnen doen. Toen we daar waren en anderen bezig zagen begon het te kriebelen om zelf ook aan iets te beginnen. Als er in de toekomst een project is waarbij een 3D geprint model ons iets zou kunnen bijleren, zal ik zeker en vast terugkeren.







Informeel gesprek met Stephanie Straatman



Na de presentatie van Peter Perceval, gingen Michiel Van Praet en ik een Vedett halen aan de bar. We werden bediend door Stephanie Straatman. Ze vroeg of we productontwikkeling studeerden. We knikten en vertelden haar dat we in het derde jaar zaten. Ze bracht de keuze van de masteropleiding ter sprake, ze begon spontaan te vertellen over strategic design. Eén van de punten die Michiel Van Praet en ik afhouden hadden toen ze kwam spreken, is het feit dat een netwerk hebben zeer belangrijk is, en dat je dat moet onderhouden. We vreesden dat er veel tijdverlies zou zijn en dat je bepaalde dingen niet kan doen omdat je niet de juiste mensen kent.

Ze stelde ons gerust door te zeggen dat je er als individu niet alleen voor staat. Je hebt ‘samen’ met je collega’s een netwerk. Een netwerk is ook iets wat je opbouwt, na 5 of 10 jaar gaat het al veel beter want dan heb je een groter netwerk waar je kan op terugvallen.





Als strategic designer ben je geen armchair manager. Uiteindelijk ben je ook wel aan het ontwerpen. Presentaties, poster, voorbereidingen van workshops moeten ook vormgegeven worden. Wanneer je jouw computer uitschakelt en je bureau verlaat, dan blijft het project zich verder rijpen in het hoofd. Michiel en ik kijken vanuit de ooghoek naar elkaar en we knikten. Als studenten zijn we ook al bekend met het laatst vernoemde fenomeen.   

Het leuke aan productontwikkeling is dat het alle aspecten van het product, de service en het bedrijf beschouwt, ging Stephanie Straatman verder. Door het multidisciplinaire aspect van de opleiding wint het beroep aan relevantie. 


Ze vertelde ons ook dat de vraag door de jaren heen is toegenomen. Het feit dat Bundl überhaupt doet wat het doet, is omdat er een vraag voor was. Vroeger werden ontwerpers erbij gehaald om een product van a tot z te ontwikkelen. Dat gebeurt nu nog, maar vandaag de dag gebeurt het ook dat bedrijven met de vraag komen: ‘Wij willen innoveren, maar we weten niet hoe’. Het is dan aan ons om opportuniteiten te vinden en deze samen het bedrijf in te vullen.

Natuurlijk is er veel meer gezegd dan wat er hierboven is geschreven. Veel nieuwigheden zijn er niet aan het licht gekomen omdat we reeds veel te weten gekomen waren tijdens haar presentatie en niet echt concrete vragen hadden. Wat ze gezegd heeft over het netwerk, stelde ons in ieder geval wat gerust.

Bronnen afbeeldingen


Bundl. (2015). bundl I Agentschap voor Natuur & Bos. [Online Video]. 5 June 2015. Available from:https://www.youtube.com/watch?v=yY96hTb8WgI. [Geraadpleegd via: 2 April 2016]

Bundl. (2016). Get ready for our roaring sound. [Online Video]. 5 June 2015. Beschikbaar via :.http://www.bundl.com/roaring-sound [Geraadpleegd via: 2 April 2016]








Peter Perceval / 'Hoe pitch ik mijn idee'

Woensdagavond 9 maart 2016 kwam Peter Perceval in het designcentrum De Winkelhaak een uiteenzetting doen over hoe je het best je idee presenteert.


Ten eerste vertelde hij ons dat we het beste een verhaal maken. Dit om twee redenen: ten eerste is het medium ‘verhaal’ eeuwenlang gebruikt om kennis over te dragen en de tweede reden hiervoor is omdat dit onze manier van denken is. Dit is door wetenschappers bewezen. Wij  denken in oorzaak en gevolg,  in verhalen en scenario’s.

Zoals elk verhaal moet ook je pitch opgebouwd zijn uit een intro, een middenstuk en een eind. In de intro ga je je richten op je toehoorders. Heb aandacht voor wie ze zijn, wat ze doen, wat hun belangen zijn. Begin je pitch met: ‘Ooit al eens opgemerkt dat?’, ‘Ik vergeet nooit toen’. Op die manier maak je de mensen betrokken. Zeg wat jou dwarszit en beschrijf wat je uiteindelijk wil bereiken; dit is het object of desire.  Benadruk hoe belangrijk het is dat je het probleem hebt opgelost, voegde Peter Perceval eraan toe.

Het midden is een golfbeweging van slagen en mislukken. Maar je houdt je zwaarste strijd voor op het eind. Hij raadde aan om te vermelden wat je te verbergen hebt. Vertel waar je niet in geslaagd bent of wat je nog niet weet en koppel deze aan de te oplossen uitdaging.  Op het einde moet je de mensen oproepen om actie te ondernemen, om iets te doen. Zet ze tot iets aan.
Bij een presentatie bij weinig mensen kan het ook tof zijn om hen iets in de handen te geven, bijvoorbeeld een mock up van je product. Dit kan het luisteren aangenamer maken.
Afronden deed Perceval met een aantal puntjes met dingen die je best niet doet:
-          Begin niet met het opsommen van al jouw awards en titels
-          Vermeld zo weinig mogelijk cijfers en statistieken. Dit onderbreekt het verhaal omdat we tussen de twee  hersenhelften moeten shiften. Laat de mensen vragen naar wat bijv. de omzet of zo al zijn.
-     Schep geen verwachtingen of beloftes, dit werkt enkel tegenstrijdig.

Bron afbeelding


Winkelhaak, (2013), Winkelhaak Color [ONLINE]. Beschikbaar via: http://www.winkelhaak.be/media/default/images/winkelhaak-color.jpg [Geraadpleegd via 2 April 2016].